|  | 
POPPENKAST Categorie: muziek of beweging- activiteit Wat je nodig hebt: -Drie lege dozen -Verf -Kwasten -Sterke lijm -Stof -Poppenkastpoppen/diertjes -Gekleurd papier voor eventuele verschillende decors -Verhaaltjes om de liedjes in te leiden (klik voor een aantal voorbeelden op 'verder', linksonderaan de pagina) Hoe je het spel maakt: - Maak in één van de dozen een ‘raam’ (zie foto)
- Plak de drie dozen met sterke lijm op elkaar
- Beschilder de poppenkast
- Maak gordijntjes van de stof
- Maak van gekleurd papier verschillende decors, afhankelijk van de liedjes die je gaat zingen
Hoe je het spel speelt: - Begin ieder versje met een inleidend verhaaltje waarbij je de poppetjes/ diertjes gebruikt (op de volgende pagina staan wat voorbeelden)
- Betrek de cliënten bij de verhaaltjes door ze vragen te stellen, hun namen te noemen tijdens het voorlezen en opdrachtjes te laten uitvoeren/ de poppetjes na te laten doen, bijvoorbeeld zwaaien, in de handen klappen, stampen enz.
- Zing na het verhaaltje het bijhorende versje. Je kunt er een bewegingsactiviteit van maken door voor bewegingsliedjes te kiezen, maar ook een specifieke muziekactiviteit door allerlei versjes te zingen met gebruik van muziekinstrumenten of een leuke cd
Doelen: - stimuleren van het concentratievermogen (kijken en luisteren naar de poppenkast), en ook door het geven van opdrachtjes om de poppen na te doen
- prikkelen van de zintuigen door het gebruiken van je stem, voor iedere pop een andere stem (gehoor) en het spel met de poppen (zien)
- bij een bewegingsactiviteit: stimuleren van de grove motoriek
- stimuleren van het imitatievermogen (bewegingen/ gebaren nadoen)
|
 |  |  |
|
|  |
|
|  |
|  | |
|